Nieuwskrant

DHARMA en Diagnostische Handanalyse

Door Edo Sprong (overleden op 16 oktober 2013)


Filosofisch

Jaren geleden luisterde ik naar een Dharma-talk door een Boeddhistisch monnik. Op de vraag ‘wat is DHARMA’ antwoordde hij aarzelend ‘eigenlijk alles’. Dit weinig verhelderende antwoord raakte echter wel de kern. Alle wezens, planten, dieren en zelfs systemen hebben een innerlijke karakteristiek, een eigen DHARMA, waardoor ze worden gestuurd. Het menselijk DHARMA, het z.g. MANAVA (menselijk) DHARMA, stijgt uit boven het dierlijke DHARMA, welke zich manifesteert door instincten.

Manava Dharma

De essentie van MANAVA DHARMA is te vatten in drie factoren, plus een vierde die de resultante is van de eerste drie:

1. VISTARA of het principe van de expansie
2. RASA of het principe van het kosmisch bewustzijn (PARAMA PURUSHA)
3. SËVA of onbaatzuchtige dienstverlening aan het kosmisch bewustzijn en zijn schepping
4. TADSTHITI ofwel het uiteindelijke opgaan in het kosmisch bewustzijn

Mensen verlangen naar expansie, maar zoeken naar geluk door genot en het vermijden van inspanning of pijn. Werkelijke vervulling van het verlangen naar geluk wordt alleen gevonden in permanent geluk door versmelting van het individueel bewustzijn met het kosmisch bewustzijn (RASA).

SËVA betekent dat je het spel van geven en nemen doorziet en zuiver handelt. Alleen nemen vergroft het wezen, alleen geven brengt op den duur onverschilligheid ten opzichte van het eigen bestaan. Juist handelen betekent alle actie als instrument van het hoogste wezen uit te voeren en de daad en eer aan Hem op te dragen. De resultante van de drie factoren tezamen is uiteindelijk ZELFREALISATIE (TADSTHITI).

Svadharma

SVA betekent ZELF, dus SVADHARMA betekent EIGEN DHARMA. Dit is het deel van MANAVA DHARMA dat tot onze eigen verantwoordelijkheid behoort. Het bevat bv. het ‘geroepen zijn’, onze levenslessen leren, onze talenten benutten en hoe we aan het KOSMISCH DHARMA bijdragen. Het is het antwoord op ‘wat ik met mijn leven moet doen en hoe moet ik het doen’. Elk DHARMA heeft ook zg. UPADHARMAS (secundaire karakteristieken). Zo moet iemand ook voor eten zorgen, het huis schoonmaken, het gras maaien et cetera. Het is de kunst niet verstrikt te raken in secundaire dharmas, maar de focus steeds gericht te houden op het hoofd DHARMA.

 

Karma en Dharma

De wet van KARMA is ‘wat je zaait zul je oogsten’. Wie de wetten van DHARMA volgt zal rijk oogsten. Het woord DHARMA (Sanskriet) is afgeleid van de stam DHR, hetgeen ondersteuning betekent. DHARMA ondersteunt het karmische pad van de mens om zijn wezenlijke natuur te bereiken, dus AMANDA, de opperste staat van geluk.

Relatief Dharma

Relatief DHARMA is DHARMA die van tijd en plaats verschilt. Het zijn de plichten en leefregels die de maatschappij in stand houden en de menselijke waarden behouden. Het relatieve DHARMA is belangrijk om het voor iedereen mogelijk te maken het absolute DHARMA te bereiken. Normen en waarden worden vaak beschreven. In Oud-India werden de vier VARNAS (kasten) beschreven als:

• De BRAHMANEN zorgden voor de uitvoering van de rituelen en het bewaren van de Goddelijke energie.
• De KSATHRYAS, de krijgers, beschermden de gemeenschap.
• De VAYSAS hielden het economische leven in stand door hun activiteiten.
• De SHUNDRAS waren dienstbaar aan de maatschappij door het produceren van goederen en door hun technische vaardigheden.

Iedere kaste diende naar eigen vermogen en kwaliteiten met een stukje DHARMA om de hele maatschappij te volmaken, zodat elk mens zich kon ontwikkelen naar ZELFREALISATIE. In de BHAGAVAD GITA wijst KRISHNA erop dat ieder mens zijn persoonlijke DHARMA (taak, plicht) moet vervullen en dat je nooit het SVADHARMA voor een ander kunt doen.

Diagnostische Handanalyse en Dharma

Ontwikkelingspsychologie zoals dit op de Academie wordt onderricht is MANAVA DHARMA. In elke levensperiode is het DHARMA anders: ons systeem beschrijft van O tot 84 jaar de ontwikkelingsfasen van de mens onder invloed van de planeten-krachten en natuurlijke ontwikkelingen. In Oud-India werden ook levensfasen beschreven, de zg. ASHRAMS of rollen. Ons systeem is gebaseerd op de ANTROPOSOFISCHE leer van RUDOLF STEINER.

Biografische Handanalyse is SVADHARMA.

Biografische Handanalyse beschrijft de gehele ontwikkeling van de individuele mens inclusief KARMA en DHARMA. Door middel van biografische gesprekken leert de mens deze krachten in zijn leven begrijpen en te hanteren. Om een voorbeeld te noemen:

Een cliënt heeft een overontwikkelde Jupiterheuvel en -vinger (wijsvinger). Dit betekent, hij heeft onzuivere eigenschappen zoals trots, egoïsme en een neiging tot isolatie. Om dit te corrigeren trekt deze persoon pijnlijk karma aan, zoals vernedering, afwijzing en mislukking, kortom: gekwetste trots. Dit karma blijft levens voortduren totdat de persoon de karmische lessen geleerd heeft en de zuivere eigenschappen zijn geleerd. Het SVADHARMA van de cliënt is het ontwikkelen van de leefregels, mededogen, medevreugde, nederigheid en overgave.
Het gesprek en de therapie zullen gericht moeten zijn op het ontwikkelen van deze karakteristieken (DHARMAS). Hierdoor wordt de cliënt bevrijd van een stukje onwetendheid. Onwetendheid is de eerste schakel van het Boeddhistische karmische wiel die ons in dit tranendal gevangen houdt.

De palm van de hand bevat een KARMALIJN, echter geen DHARMALIJN.

Voor een juiste diagnose dient men echter alle kenmerken in de hand bestuderen.

Door Amritananda is echter vanuit de Goddelijke wereld ontvangen dat het SVADHARMA voornamelijk in het tweede kootje van de duim via de SURYALIJN aanwezig is: bewust zijn van de ondersteunende kracht van SURYA (Zon) in het leven brengt de mens naar het kennen van alle mogelijkheden en activiteiten die leiden naar de staat van ANANDA (gelukzaligheid). Vanuit de levenskrachten die men door middel van SURYA activeert wordt vanzelf de wens en wil actief om het SVADHARMA in te vullen. De aanwezigheid van de SURYALIJN geeft, naast andere betekenissen, aan dat men hierin de eigen verantwoordelijkheid heeft leren dragen.

Verder is ontvangen dat ook de essenties van het MANAVA (menselijke) DHARMA in de hand terug te vinden zijn, n.l.:

  1. VISTARA of het principe van de expansie: in de KARMALIJN als deze ontspringt vanuit het midden in de hand bij de eerste polsband en eindigt boven in de SATURNUSHEUVEL.
  2. RAS A of het principe van het kosmisch bewustzijn (PARAMA PURUSHA): in de WAARHEIDSLIJN op de SATURNUSHEUVEL.
  3. SEVA of onbaatzuchtige dienstverlening aan het kosmisch bewustzijn en zijn schepping: in een goed ontwikkelde RING VAN SALOMO.
  4. TADSTHITI ofwel het uiteindelijke opgaan in het kosmisch bewustzijn: in de aanwezigheid van alle bovengenoemde kenmerken alsmede in de aanwezigheid van een chakra op de top van de duim

Het kan voorkomen dat de kenmerken van l t/m 3 in de hand aanwezig zijn, maar er is geen chakra op de top van de duim. Wil dit nu zeggen dat deze persoon niet op kan gaan in het kosmisch bewustzijn, waardoor men verlichting bereikt en vervolgens zelfrealisatie kan manifesteren? Nee, want vanuit de kosmische wetten en de wet van evolutie is niets statisch in de schepping. De aanwezige kenmerken in de hand van l t/m 3 geven immer aan dat de betreffende persoon in een opwaartse evolutionaire beweging is. Een chakra kan door Goddelijke interventie en door verdergaande innerlijke ontwikkeling zeer zeker op het etherische niveau gevormd worden. Men kan dan bepaalde niveaus van verlichting ervaren en daarin zelfrealisatie bereiken. De chakra op de duim zal dan in het volgende leven aanwezig zijn. Voor een ieder geldt dat verlichting en zelfrealisatie is te bereiken door een gezuiverde en getransformeerde persoonlijkheid, de juiste geestesgesteldheid en Goddelijke overgave en genade. Een niet aflatende concentratie op het Goddelijke door onder meer meditatie, yoga of mantrayoga creëert de juiste voedingsbodem voor overgave en genade. Ook overgave aan een competente Goeroe kan verlichting en zelfrealisatie doen plaatsvinden. Dit is afhankelijk van de in de Goeroe aanwezig siddhis (buitenzintuiglijke Goddelijke vermogen). De Goeroe is dan het Goddelijke kanaal waardoor dit plaats kan vinden. Echter, ook dan geldt dat de betreffende persoon eigen inspanningen blijft verrichten om deze verlichtingsstaat en de zelfrealisatie actief te houden. In een volgend leven zal ook dan een chakra op de duim aanwezig zijn: overgave is dan in de persoonlijkheid als eigenschap ingeboren.

Hetzelfde geldt natuurlijk ook wanneer alle kenmerken aanwezig zijn, maar de Ring van Salomo ontbreekt bv. : door SËVA te beoefenen creëert men de lijn op het etherische niveau. Begrijpt, kent en heeft men inzicht in SËVA, dan zal de Ring van Salomo in een volgend leven in de hand aanwezig zijn.

Dharmische Leefregels

Het concept DHARMA komt in vele religieuze systemen voor, denk bv. aan de ‘Tien Geboden’. In de cursus ‘KENWEGEN NAAR HOGER BEWUSTZIJN’ behandel ik de zes deugden van Steiner, te weten:

1.  beheersen van het denken
2. beheersen van het voelen
3. beheersen van het willen
4. onbevangenheid
5. gelijkmoedigheid
6. tolerantie

Ook de oudere leefregels van Patanjali vallen onder DHARMA, te weten de YAMAS

en NIYAMAS: dat wat je niet moet doen en dat wat je wél moet doen.

De grote leraar der mensheid MANU gaf 10 wetten aan de mensheid. Hij benoemt:

1.   DHRITI: geduld
2.   DAMA: zelfbeheersing
3.   KSAMA: vergevingsgezindheid
4.   ASTEYAM: niet stelen
5.   SAUCAM: zuiverheid
6.   INDRIYANIGRABA: beheersing van de zintuigen
7.   DHI: geestelijk blijven ontwikkelen, zelfstudie
8.   VIDHYA: kennis opdoen
9.   SATYAM: eerlijkheid, oprechtheid, waarheid
10. AKRODHA: geen woede/ niet schaden

Tot slot

Vroeger was DHARMA gebaseerd op menselijke waarden gericht op de ontwikkeling van de mensheid naar het Goddelijke toe. Dit ligt in onze tijd anders. De balans tussen de economische en menselijke waarden wordt steeds meer verstoort ten koste van de esthetische waarden. In de sociale context nemen normen en waarden steeds meer af. De mensheid moet nog groeien naar de moraal die uit het hart opstijgt. Het is de kunst zich aan de onwetendheid van het duistere tijdperk, de KALI YUGA, te onttrekken. Wanneer mensen alleen leven om EGO verlangens te bevredigen zullen ze de karmische consequenties tegemoet
moeten zien.

Ing. Edo Sprong heeft in 1987 de Academie Antropodynamica opgericht. Hij is op 77-jarige leeftijd op 16 oktober 2013 overleden in Almere. Edo Sprong is auteur van het boek ‘Alles in de hand’ Uitgeverij Tirion. Dit boek is tevens te bestellen bij de Academie Antropodynamica via deze website.

De Academie Antropodynamica wordt voortgezet door zijn vrouw Amritananda (Lenny Sprong-Saarloos. Zij is directrice en hoofddocente. Het gedachtegoed van Edo Sprong wordt door haar voorgezet, samen met hoofddocent Gerard Roling en een team Gevorderde studenten. Wat gedurende 22 jaar door Amritananda tijdens haar huwelijk met Edo Sprong is ontvangen over Handdiagnostiek en Transpersoonlijke Therapie is en wordt nog steeds geïntegreerd in de opleiding.